Stotteren is een mentaal spreekprobleem. Wat je hoort en ziet bij een stotteraar zijn haperingen (herhalingen, verlengingen en blokkades van klanken, lettergrepen of woorden). Dit wordt kernstottergedrag genoemd.
Wat je niet ziet bij een stotteraar is de interne representatie, dat is het gevoel dat van binnen aanwezig is, tijdens de momenten van stotteren maar ook daarbuiten. Aangezien het stotteren niet te sturen is, komen en gaan de stottermomenten onaangekondigd. Dit zorgt voor een vervelend en angstig gevoel. Als reaktie hierop kunnen zich secundaire gedragingen gaan ontwikkelen zoals ritmisch spreken, een woordje voor de stotter zetten (bijv. uh), denkpauzes inlassen, tikken met de hand of voet, knipperen van de ogen of andere grimassen in het gezicht.
Wil de stotteraar beter communiceren, dan is therapie een optie.